De visie van Europa op groene waterstof
De visie van Europa op groene waterstof is dat het een belangrijke bouwsteen wordt voor een klimaatneutrale economie tegen 2050.
De Europese Unie ziet waterstof niet als vervanging van alle energiebronnen,
maar als oplossing voor sectoren die moeilijk rechtstreeks te elektrificeren zijn, zoals staalproductie, chemie, zware industrie, scheepvaart
en delen van het zware transport.

Belangrijke elementen van de Europese visie:

  • Prioriteit voor hernieuwbare (groene) waterstof:
    de EU wil vooral waterstof produceren via elektrolyse met elektriciteit uit wind- en zonne-energie.
    Dit moet de huidige waterstofproductie op basis van aardgas vervangen,
  • Grote opschaling tegen 2030:
    binnen het REPowerEU-plan heeft de EU als doel om jaarlijks 10 miljoen ton groene waterstof te produceren
    en daarnaast 10 miljoen ton te importeren tegen 2030.
  • Ontwikkeling van een Europese waterstofmarkt:
    de EU werkt aan regelgeving, certificering en infrastructuur om een geïntegreerde waterstofmarkt mogelijk te maken.
    Er wordt gekeken naar pijpleidingen, opslag en importcorridors.
  • Ondersteuning van industrie en transport:
    bindende doelstellingen stimuleren het gebruik van hernieuwbare waterstof in industriële processen en transporttoepassingen.
  • Energiezekerheid: sinds de energiecrisis en de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen ziet Europa waterstof
    ook als een manier om de energievoorziening te verduurzamen en strategisch onafhankelijker te worden.

Tegelijk zijn er uitdagingen:

  • De productie van groene waterstof is momenteel nog relatief duur.
  • Er is veel extra hernieuwbare elektriciteit nodig.
  • De vraag vanuit de industrie groeit trager dan aanvankelijk verwacht.
  • Infrastructuur en opslag moeten nog verder worden uitgebouwd. Kort samengevat:
    Europa ziet groene waterstof als een strategische energiedrager voor industrie,
    zwaar transport en energieopslag
    ,

    met als doel de uitstoot sterk te verminderen en de energie-onafhankelijkheid te vergroten.
    Tegen 2050 zou groene waterstof ongeveer 10% van de Europese energievraag kunnen dekken.

is dat het een belangrijke bouwsteen wordt voor een klimaatneutrale economie tegen 2050.
De Europese Unie ziet waterstof niet als vervanging van alle energiebronnen,
maar als oplossing voor sectoren die moeilijk rechtstreeks te elektrificeren zijn, zoals staalproductie, chemie, zware industrie, scheepvaart
en delen van het zware transport.

Belangrijke elementen van de Europese visie:

  • Prioriteit voor hernieuwbare (groene) waterstof:
    de EU wil vooral waterstof produceren via elektrolyse met elektriciteit uit wind- en zonne-energie.
    Dit moet de huidige waterstofproductie op basis van aardgas vervangen.
  • Grote opschaling tegen 2030:
    binnen het REPowerEU-plan heeft de EU als doel om jaarlijks 10 miljoen ton groene waterstof te produceren
    en daarnaast 10 miljoen ton te importeren tegen 2030.
  • Ontwikkeling van een Europese waterstofmarkt:
    de EU werkt aan regelgeving, certificering en infrastructuur om een geïntegreerde waterstofmarkt mogelijk te maken.
    Er wordt gekeken naar pijpleidingen, opslag en importcorridors.
  • Ondersteuning van industrie en transport:
    bindende doelstellingen stimuleren het gebruik van hernieuwbare waterstof in industriële processen en transporttoepassingen.
  • Energiezekerheid:
    sinds de energiecrisis en de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen ziet Europa waterstof
    ook als een manier om de energievoorziening te verduurzamen en strategisch onafhankelijker te worden.

Tegelijk zijn er uitdagingen:

  • De productie van groene waterstof is momenteel nog relatief duur.
  • Er is veel extra hernieuwbare elektriciteit nodig.
  • De vraag vanuit de industrie groeit trager dan aanvankelijk verwacht.
  • Infrastructuur en opslag moeten nog verder worden uitgebouwd.

Kort samengevat:
Europa ziet groene waterstof als een strategische energiedrager voor industrie, zwaar transport en energieopslag,
met als doel de uitstoot sterk te verminderen en de energie-onafhankelijkheid te vergroten.
Tegen 2050 zou groene waterstof ongeveer 10% van de Europese energievraag kunnen dekken.